7 maart 2019

Trots, ergernis en uitstroom

Het gaat weer hard dit jaar. En zo hoort het ook.

Al zo’n 30 keer konden wij de rechtbank meedelen dat de problematische schulden waarmee cliënten onder bewind kwamen zijn verdwenen en dat het tarief dus kon worden aangepast.

En in evenveel situaties konden wij de betreffende gemeente melden dat de bijzondere bijstand dus kon worden verlaagd.

Trots

Wij zijn trots op ons beleid, waarbij het zo snel mogelijk oplossen van schulden (waar nodig met gebruikmaking van een minnelijk of wettelijk traject) continu hoog op de agenda staat.

Dat is wat cliënten (c.s.), hulpverleners, rechtbanken en gemeenten van ons mogen verwachten en dat is wat we dus aantoonbaar waar maken. Gemiddeld stonden betreffende cliënten iets meer dan 4,5 jaar onder bewind.

Tegelijkertijd werden er in januari en februari al weer 13 cliënten aangemeld voor schuldhulp en werd er voor 12 cliënten gestart met de toeleiding naar schuldhulp.

Ergernis

Bovenstaande is juist ook de reden waarom ik steeds zo geïrriteerd raak wanneer ik ergens lees dat bijvoorbeeld één of andere lokale wethouder weer eens roept dat “bewindvoerders mensen zo lang mogelijk in de schulden laten om er zo meer aan te verdienen”.

De dames en heren politici en bestuurders dragen zo bij aan een negatieve sfeer en argwaan naar onze beroepsgroep. En dat leidt er vervolgens weer toe dat mensen soms niet de hulp durven te vragen die zo belangrijk en doeltreffend is (onderzoek van Bartels toont aan dat bewindvoerders er in 96% van de gevallen in slagen om een stabiele situatie te creëren!).

Toegegeven: er zullen best bewindvoerders zijn die minder serieus werk maken van schuldhulp en uitstroom (daarover straks meer) en helaas worden we nu en dan opgeschrikt door berichten over malverserende bewindvoerders. Maar het gaat niet aan om daar een complete beroepsgroep aan op te knopen.

Bovendien liggen er meerdere onlogische redenaties ten grondslag aan dergelijke uitspraken. Ik som ze even voor u op en leg uit hoe het werkelijk zit:

1. Het verdienmodel

Heeft u ook zo’n hekel aan dat woord? Ik wel, vooral als het wordt gebruikt door mensen die niet snappen hoe het werkt. Als die mensen helemaal op dreef zijn, hebben ze het bovendien over “het verdienmodel van commerciële bewindvoerders”.  Gesteld wordt dan dat bewindvoerders er van profiteren om mensen zo lang mogelijk “in de schulden” te houden, zodat het hogere tarief mag worden gerekend. Dat hogere tarief ontstaat namelijk vanwege een toeslag van 5 uur (per jaar!) zolang er sprake is van problematische schulden.

Het mag echter duidelijk zijn dat doorgaans een veelvoud van 5 uren moet worden geïnvesteerd om cliënten te beschermen tegen alle schuldeisers en deurwaarders. Denk daarbij aan te hoge beslagleggingen, het voorkomen van uithuiszettingen, het treffen van regelingen en de constante worsteling om het budget tóch weer sluitend te krijgen.

Kortom: dossiers met problematische schulden zijn voor een bewindvoerder niet kostendekkend.

2. Zelfredzaamheid

Los van bovenstaande wordt beweerd dat bewindvoerders sowieso cliënten te lang “onder bewind” houden en onvoldoende werken aan hun zelfredzaamheid. Dus met andere woorden: men gaat er dan dus van uit dat cliënten wél voldoende zelfredzaam zijn, maar níet mondig genoeg om met hun bewindvoerder te bespreken of het bewind langzamerhand kan worden opgeheven. Dit lijkt me nogal tegenstrijdig en bovendien niet conform de werkelijkheid: cliënten informeren regelmatig naar mogelijke beëindiging van de maatregel.

3. Het oog van de wereld

Naast dat men dus kennelijk onvoldoende vertrouwen heeft in de mondigheid van betrokken cliënten, heeft men dat kennelijk ook van andere partijen, zoals hulpverleners, rechters en het eigen netwerk van de cliënten. Een juridische herbeoordeling van de noodzaak van het bewind vindt in elk geval elke 5 jaar plaats. En natuurlijk is op zo’n moment de constatering dat iemand die wegens het syndroom van Down onder bewind werd gesteld, nog steeds een bewindvoerder nodig heeft. Maar voor iemand waar het bewind wegens een depressie nodig was, hopen we van harte dat die depressie achter de rug is.

Overigens: los van deze 5-jaarlijkse evaluatie, wordt jaarlijks bij de bespreking van de financiële verantwoording al met de cliënt nagedacht over de te volgen koers.

4. Profiteren van slecht werk

Tenslotte is het uitgangspunt van deze mensen dus, dat bewindvoerders er collectief de kantjes vanaf lopen. Immers zouden we volgens deze politici en bestuurders meer verdienen door mensen maar zo lang mogelijk in de problemen te houden.

Wat denkt u? Wat zou meer opleveren: een goede naam, een betrouwbaar kantoor, een bewindvoerder die zo snel als mogelijk is weer afscheid neemt van een cliënt…… of problemen in stand houden, hier en daar een maandje treuzelen met het regelen van de schulden, of dwars gaan liggen als een cliënt toe is aan opheffing van het bewind?

Ik geef het antwoord aan de hand van een intakegesprek dat ik recent met een schilder voerde. Hij vroeg me hier naar, omdat hij hierover had gehoord. Ik stelde hem als wedervraag of hij zijn werk ook bewust slecht deed, zodat hij weer snel moest terugkomen.

Natuurlijk was zijn reactie dat ik dat helemaal verkeerd zag: “ik ben trots als ik later ergens langs loop dat ik heb geschilderd en dat er nog mooi strak uit ziet.” Bovendien zei hij: “Er zíjn wel schilders die zo werken, maar die zitten in de winter thuis, want dan komt de klant echt niet terug”.

Uitstroom

U snapt uit dit praktijkvoorbeeld ongetwijfeld ook onze beroepsmatige trots: afscheid als kroon op ons werk!

En als u de actualiteiten een beetje volgt (onder andere over de groeiende schuldenproblematiek, bezuinigingen in de zorg en vergrijzing) snapt u ook dat een beetje weldenkende bewindvoerder zich echt niet gaat vastklampen aan die éne cliënt of aan die paar uurtjes extra.

Dus liever goed werk leveren en (als dat mogelijk is) samen met de cliënt werken aan uitstroom!

Richard Melse

 

 

 

terug naar overzicht